FNV: 'Sluit transportbedrijven die structureel sjoemelen'

Geplaatst door

De overheid moet transportbedrijven kunnen sluiten die stelselmatig sjoemelen om de rij- en rusttijdenwet te omzeilen. Dat zegt de FNV in reactie op het nieuws van het televisieprogramma De Monitor dat de helft van de vrachtwagenchauffeurs te lang doorrijdt. Nu kan de inspectie daarvoor alleen boetes opleggen. Willem Dijkhuizen, bestuurder FNV Transport & Logistiek: ‘Maar die boetes worden ingecalculeerd als bedrijfsrisico en lossen daarom het probleem niet op.’

In België kan de overheid wel ingrijpen met het in beslag nemen van vrachtauto’s of het sluiten van bedrijven. Willem Dijkhuizen: ‘Daar tref je een bedrijf echt mee. Bedrijven die de regels overtreden, verdienen daar miljoenen mee. Een boete is op dit moment maximaal tussen de 60.000 en 70.000 euro. Dus het rekensommetje is snel gemaakt. Met het sluiten van bedrijven of in beslag nemen van auto’s dwing je af dat bedrijven zich wel aan de regels houden’, aldus Dijkhuizen.

Rijbewijs

De vakbond stelt voor bij overtredingen een bedrijf de eerste keer een boete te geven. Bij een volgende overtreding volgen dan maatregelen. Dijkhuizen: ‘Vergelijk het met een rijbewijs. Als je daarmee drie keer de fout in gaat, moet je het inleveren en kan je geen auto meer rijden. Je denkt dan wel drie keer na voor je het zover laat komen.’ Als het aan de FNV ligt, komt minister Van Nieuwenhuizen van transport zo snel mogelijk met voorstellen die de maatregelen mogelijk maken.

Grote zorg

Het overtreden van de rij- en rusttijden is al jaren een grote zorg voor de vakbond. Het leidt ertoe dat vrachtwagenchauffeurs veel te veel overuren maken, die ze soms ook niet uitbetaald krijgen. Ook is het een gevaar voor de verkeersveiligheid. Bovendien worden bedrijven benadeeld die zich wel aan de regels houden, aldus het FNV.

Tijdsdruk

Ook het CNV haakt in op de uitzending van de Monitor die op 25 november om 22:25 uur wordt uitgezonden. Zij citeert uit een enquête die het organiseerde samen met TV-programma. Hieraan deden 1800 chauffeurs mee. Er komt uit naar voren dat chauffeurs tijdens het werk continu tijdsdruk ervaren. Die wordt veroorzaakt door een te strakke planning (45%) of met klanten die in tijdsblokken werken (34%) en die na tijdige aankomst, de chauffeur uren laten wachten. Als derde worden onvoorziene omstandigheden zoals files (31%) genoemd.

Volle parkeerplaatsen

Een ander groot probleem voor de chauffeurs is het gebrek aan goede parkeervoorzieningen. Parkeerplaatsen zijn vaak overvol. In de enquête geeft 73% van de chauffeurs aan dat ze door het tekort aan parkeerplaatsen in de knoei komen met hun rij- en rusttijden, aldus het CNV over de enquête.

“Er zijn veel te weinig parkeerplaatsen voor vrachtwagens, waardoor je wel moet zorgen dat je voor 17.00 uur klaar bent en in veel delen van het land zelfs nog eerder. Lukt je dat niet, dan moet je soms kilometers doorrijden en zoeken naar een plekje.” (reactie van chauffeur)

Transport is te goedkoop

Kern van het probleem is volgens CNV-onderhandelaar Van Rijssel ‘de enorme druk’ op de tarieven in de sector. “Het transport is in Nederland gewoon veel te goedkoop. De concurrentie is enorm. Dat zet druk op de planning en uiteindelijk zijn de chauffeurs daar de dupe van. En eigenlijk wij allemaal, want het gaat ook om verkeersveiligheid. Het transport mag dan spotgoedkoop zijn, uiteindelijk betalen we daar met z’n allen wel een prijs voor. Wat zijn goede arbeidsomstandigheden en verkeersveiligheid ons waard, dat is de vraag.”

Volgens Van Rijssel zit het probleem deels ook bij de vrachtwagenchauffeurs zelf. “Ze houden van hun wagen en van hun werk en zijn loyaal aan hun baas. Ze zouden eens wat meer voor zichzelf en voor elkaar op moeten komen. En uit protest allemaal hun wagen eens een dag aan de kant kunnen zetten. Maar dat doen ze niet, want daar zijn ze gewoon veel te aardig voor. En dat weten de werkgevers ook. Zo blijft de cultuur in stand.”

Coronacrisis

De coronacrisis heeft de situatie er niet beter op gemaakt, schrijft het CNV. In de enquête geven de chauffeurs aan dat er door de coronacrisis op dit moment te weinig voorzieningen zijn. Het gaat dan vooral om het gebrek aan eet- en drinkgelegenheden (83%), toiletten (78%) en douches (68%).

“Ondanks meerdere oproepen zegt ruim de helft van de chauffeurs dat ze bij opdrachtgevers en klanten niet terecht kunnen voor een toiletbezoek of een kop koffie. Ik vind dat onvoorstelbaar triest”, zegt Van Rijssel. “En als ze onderweg zijn, kunnen ze nergens bij een wegrestaurant naar binnen voor een hap eten en een praatje met collega’s. In plaats daarvan moeten ze in hun eentje in hun cabine een afhaalmaaltijd opeten. We vinden dat schandalig en smeken al weken om een uitzondering voor vrachtwagenchauffeurs, zodat ze op een fatsoenlijke manier kunnen eten en ontspannen. Maar onze minister van Infrastructuur en Waterstaat lijkt totaal geen oog te hebben voor de arbeidsomstandigheden van vrachtwagenchauffeurs. Ik vraag me af hoeveel chauffeurs ze afgelopen half jaar zelf daadwerkelijk heeft gesproken, over hoe het met ze gaat. Ik vermoed bar weinig.”

CNV Vakmensen ziet ten minste zeven mogelijke oplossingen om de situatie te verbeteren:

1)   Meer controles en boetes door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

2)   Een cursus ‘sociaal plannen’ voor transportbedrijven, zodat er beter rekening wordt gehouden met de chauffeurs. CNV Vakmensen wil deze cursus verzorgen.

3)   Een assertiviteitstraining voor chauffeurs, zodat ze beter voor zichzelf opkomen. CNV Vakmensen gaat die organiseren voor belangstellende CNV-leden.

4)   Een landelijk geregelde ‘tijdblok-toeslag’ die opdrachtgevers aan transportbedrijven moeten betalen, als ze in hun contract tijdblokken willen opnemen waar transportbedrijven (en dus de chauffeurs) zich aan moeten houden.

5)   Meer en kwalitatief betere parkeervoorzieningen, waar chauffeurs kunnen rusten, douchen en overnachten.

6)   Toegang tot wegrestaurants. Chauffeurs die de hele dag onderweg zijn, moeten op een fatsoenlijke manier kunnen eten en ontspannen. Voor hen kan, net als bij hotelgasten die in het hotelrestaurant terecht kunnen, een uitzondering worden gemaakt, op vertoon van hun chauffeurskaart of rijbewijs.

7)   Meer aandacht voor de arbeidsomstandigheden in vrachtwagencabines, zodat chauffeurs beter kunnen uitrusten. Bijvoorbeeld een wettelijk verplichte standairco, waarmee de chauffeur de cabinetemperatuur kan regelen. CNV Vakmensen pleit hier al jaren voor en heeft dit ook op agenda gezet voor de lopende cao-onderhandelingen.

Inmiddels reageren het ministerie (Inspectie en de minister zelf) en TLN ook op de uitzending van De Monitor van 25 november:

Minister Van Nieuwenhuizen vindt de uitkomsten van de enquête heel ernstig, zegt ze in een reactie. “Het is niet goed voor de chauffeurs zelf, want die hebben ook hun rust nodig, maar het is vooral slecht voor de verkeersveiligheid. Als mensen vermoeid achter het stuur zitten, dan komen er brokken van.” De minister belooft de inspecteur-generaal aan te spreken op het niet halen van de Europese norm: “Ik ga er vanuit dat het volgend jaar op orde is.” De minister bouwt daarnaast aan extra parkeerplekken, met name in Brabant en Zuid Holland. 

ILT: het gaat ons om kwaliteit

De helft van de truckers geeft aan nog nooit te zijn onderworpen aan een wegcontrole door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die de rij-en rusttijdenwet handhaaft. De ILT haalt de Europese norm niet die stelt dat drie procent van de gewerkte dagen van truckers moeten worden gecontroleerd. Zelf vindt de ILT de handhaving op orde: het gaat hen om de kwaliteit van de controles en niet om kwantiteit. 

TLN: effectieve controle

Transport en Logistiek Nederland laat weten dat het beeld dat de enquête oproept niet past bij een bedrijfstak die veiligheid en gezonde arbeidsomstandigheden belangrijk vindt. “Effectieve controle door de Inspectie Leefomgeving en Transport is van belang. Daarnaast ligt er een verantwoordelijkheid bij transportbedrijven, opdrachtgevers en rijders om het werk zodanig in te richten dat volgens de regels gewerkt kan worden. Dan is er ook een gelijk speelveld voor alle transporteurs.”