We spreken Vlaskamp als hij even in het land is. De geboren Nederlander begon 30 jaar geleden bij Scania, waar hij verschillende internationale functies bekleedde. Vijf jaar geleden stapte hij over naar MAN Truck & Bus. Na een aantal moeilijke jaren is het tij daar nu gekeerd. De marktaandelen in Europa groeien weer en de kosten zijn onder controle. Dit komt voor een deel door de modulaire indeling van de vrachtwagens, zodat het eenvoudiger is om nieuwe varianten te ontwikkelen.
Een goed voorbeeld daarvan is de MAN hTGX. Deze waterstofvrachtwagen is voor een groot deel gelijk aan een dieselversie. Vlaskamp vertelt dat het zo’n 50 miljoen euro kostte om de hTGX te ontwikkelen. Ondanks deze grote investering ziet de CEO weinig toekomst voor transport op waterstof. Uiteindelijk is het toch te duur, denkt hij.
“De uitdaging is de prijs en de stabiliteit van waterstof. De kosten zijn te hoog ten opzichte van diesel of elektrisch”, zegt Vlaskamp. “Een verbrandingsmotor op waterstof is ook niet efficiënt genoeg. Er gaat veel energie verloren bij het maken van waterstof en het gebruiken ervan.” Ook het idee dat het tanken van waterstof veel sneller is dan het opladen van een elektrische vrachtwagen, is ondertussen achterhaald. Met megawatt charging (MCS) gaat het net zo snel.
Al met al ziet Vlaskamp weinig toekomst voor vrachtwagens op waterstof. Hij zegt: “Misschien dat het in enkele regio’s levensvatbaar is, omdat daar veel waterstof goedkoop voorhanden is. Dan wordt het een lokale oplossing. Verder heeft het geen zin om waterstoftechniek heel actief te promoten.”





