De basis van de kraanwagen vormt een Volvo FH 500. Van Hameren koos voor de klassieke ‘platte’ cabine in plaats van de Aero-cabine. Dit heeft te maken met het ballastgewicht aan de voorbumper. Het Aero-neusje is in feite een plastic voorzetstuk, waaraan zo’n gewicht niet aan gemonteerd kan worden. In combinatie met de lage cabine en de typische oldskool-opbouw van accessoires ontstaat een echte blikvanger.
Natuurlijk moet met de stoere vijfasser ook gewerkt worden. VDA Konstruktie voorzag de Volvo van een veelzijdige laadbak en een flinke Palfinger PK 92002-SH autolaadkraan. Deze is voorzien van zeven hydraulische schuifdelen waarmee op 17,80 meter nog 3.750 kg gehesen kan worden. De reikwijdte kan door middel van een fly-jib worden uitgebreid. De kraan is voorzien van een 10-tons rotator waarmee de koppelpontons gemakkelijk in de juiste richting kunnen worden gedraaid. Er kan ook gebruik worden gemaakt van een hydraulische klem.








