Vanaf komend najaar geldt een aslast- en gewichtsbeperking voor de dijk. De maximale aslast wordt 7,3 ton en het totaalgewicht wordt beperkt tot 15 ton. Een lege trekker- opleggercombinatie zou dan nog net over de dijk mogen. Het overige vrachtverkeer moet hierdoor omrijden: Of via het drukke Amsterdam en Purmerend of over de Afsluitdijk. Die laatste route is echter ook niet zonder problemen, want regelmatig ontstaan daar ook files door technische redenen.
SVZ zwaar gedupeerd
SVZ Transport maakt vanuit de hoofdvestiging in Zwaag veelvuldig gebruik van de route over ‘de dijk’. De impact van de afsluiting heeft grote gevolgen voor deze transporteur. CEO Rober van Straalen: ,,Voor ons is dit een drama. Vanuit onze hoofdvestiging in Zwaag maken we ongeveer 500 ritten per week over de dijk, in het oogstseizoen loopt dat op naar 800. Omrijden betekent drie kwartier extra per rit, dus ga maar na wat dat kost. Onze berekeningen gaan uit van een extra kostenpost van 70.000 Euro per week door de gewichtsbeperking. Chauffeurs die nu drie ritten per dag doen kunnen er straks nog maar twee uitvoeren, en dan heb ik het nog niet over de extra brandstofkosten, extra vrachtwagenheffing en niet te vergeten het extra arbeidsloon. Al die kosten komen uiteindelijk bij de consument op het bord, dat kan niet anders.’’
Omrijden leidt tot meer files
Omrijden via Amsterdam is vaak het enige alternatief, maar daar ziet Van Straalen ook problemen. ,,Het loopt nu al vast bij Purmerend, hoe denk je dat het er straks uit gaat zien daar? Wij zijn niet de enige grote vervoerder in Noord- Holland, de collega’s sluiten straks aan in dezelfde file. Ik vraag me echt af of chauffeurs het nog accepteren om dagelijks in die files te staan straks. Het is nu al moeilijk om chauffeurs te vinden en dit helpt niet. Daarnaast is het een kwestie van capaciteit. We hebben gewoon meer vrachtwagens en chauffeurs nodig voor het zelfde werk als dit zo doorgaat.’’
Ondernemen steeds moeilijker
Voor Van Straalen staat als een paal boven water dat het ondernemen in Nederland op deze manier steeds moeilijker wordt. ,,Op deze manier wordt het zo langzamerhand echt onmogelijk gemaakt. We hebben hier te maken met achterstallig onderhoud aan de infrastructuur, net als bij de Merwedebrug. Dat is een keuze, want als ik alleen al zie wat wij bijdragen aan de staatskas met accijns dan is dat zo’n 18 miljoen Euro per jaar. Daar komt dan nog de vrachtwagenheffing bij, wat voor ons een extra kostenpost van 24 miljoen Euro betekent op jaarbasis. Mag ik dan verwachten dat de overheid de infrastructuur onderhoudt? We zijn met TLN bezig om te inventariseren wat de extra kosten zijn en daarbij willen we compensatie van het rijk. Dat kan bijna niet anders want op deze manier wordt ondernemen in Nederland wel heel moeilijk’’ aldus Rober van Straalen.
Zorgwekkend patroon
Volgens TLN staat de situatie niet op zichzelf. “We zien steeds vaker dat bruggen, viaducten en andere cruciale verbindingen beperkingen krijgen of versneld onderhoud nodig hebben. Dat zijn geen losse incidenten meer. Iedere nieuwe afsluiting of beperking is een signaal dat de infrastructuur van Nederland onder toenemende druk staat. Dat raakt niet alleen transporteurs, maar uiteindelijk ook winkels, bouwplaatsen, industrie en consumenten.”
Hoger op politieke agenda
TLN roept het kabinet op om beheer, onderhoud en vervanging van infrastructuur hoger op de politieke agenda te zetten. Rijkswaterstaat geeft zelf aan dat de onderhoudsopgave groter is dan het beschikbare budget. Dan moeten er ook eerlijk gekeken worden naar de consequenties daarvan. Nederland wil bouwen, verduurzamen, groeien en bereikbaar blijven. Dat kan alleen met betrouwbare infrastructuur. De vraag is niet óf er extra investeringen nodig zijn, maar hoe lang we nog wachten.







