Schulz gaat toch handhaven

Geplaatst door

Minister Schulz van Haegen wilde aanvankelijk geen handhaving op het in de cabine doorbrengen van de verplichte weekendrust maar daar komt ze nu van terug.

Minister Melanie Schulz van Haegen komt terug op haar eerdere uitspraken dat er niet gehandhaafd gaat worden op het in de cabine doorbrengen van de verlengde weekendrust. Eerder gaf ze aan dat ze niet wilde optreden tegen het langdurig kamperen in de cabine. Ze heeft nu een brief aan de tweede kamer geschreven over dit onderwerp waarin ze vooruit loopt op een uitspraak in de zaak Vaditrans.

De minister schrijft in haar brief: “Ik vind het belangrijk dat los van de onduidelijkheid van een verbod tot overnachting, uitbuiting in de transportsector moet worden aangepakt. Daarom neemt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bij signalen en vermoedens met betrekking tot uitbuiting contact op met de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Indien de uitspraak van het Hof in Luxemburg in de Belgische zaak Vaditrans (C-102/16) aangeeft dat de verordening 561/2006 een verbod bevat, betekent dit dat alle Europese lidstaten hiermee op dezelfde manier moeten omgaan en moeten gaan handhaven; zo ook de ILT. Dit past in mijn streven om een level playing field binnen Europa te bereiken en sluit aan bij de verklaring die ik in 2014 samen met andere Europese transportministers heb getekend. Hierin hebben we bij de EC aangedrongen op een meer uniforme interpretatie van regels en harmonisatie van de handhaving. Om goed te kunnen anticiperen op een eventuele uitspraak van het Hof dat er een verbod is, neemt de ILT nader contact op met haar collega inspectie diensten in andere EU lidstaten om de wijze van handhaven van een verbod te bespreken. Immers, België en Frankrijk hebben de afgelopen periode hiermee ervaring opgedaan en een verbod gehandhaafd: Frankrijk op basis van nationale regelgeving en België op grond van de verordening.”

Volgens de minister gaat het vooral om de manier van handhaving. De vraag is volgens de minister hoe een inspecteur kan vaststellen dat de chauffeur zijn wekelijkse rusttijd in de cabine heeft doorgebracht, en niet in een hotel. In dat geval zou een rekening nog uitkomst bieden, maar een tent in het bos, of logeren bij een tante zou ook een mogelijkheid zijn en dat is niet te controleren. Het is volgens de minister dan ook een uitdaging om sluitend bewijs te verzamelen. Wel kan de ILT bij bedrijven nagaan hoe ze het organiseren voor hun buitenlandse chauffeurs. 

Het belangrijkste is dat door de gewijzigde stellingname van onze minister het in ieder geval ook in ons land mogelijk wordt om mensen te verbaliseren voor het langdurig in de cabine kamperen.