Over de schuldvraag spreken we ons hier niet uit, maar de Verenigde Staten spelen op zijn minst een flinke rol in de prijsstijging van diesel. Die pijn wordt vrijwel overal in de wereld gevoeld. In Amerika zijn de problemen eveneens groot: chauffeurs en boeren luiden de noodklok. De prijs van diesel is er aanzienlijk meer gestegen dan die van benzine. In een economie die loopt op diesel is dat een groot probleem.
De gemiddelde prijs van een liter diesel in de Verenigde Staten is nu zo’n 1,49 dollar, oftewel 1,28 euro. Een koopje voor ons Nederlanders, maar voor de gemiddelde Amerikaanse trucker is het een groot probleem. Een jaar geleden kostte een liter diesel nog maar 98 dollarcent. In een jaar tijd is diesel dus de helft duurder geworden. Zo ver zijn we in Nederland nog niet. Tegelijkertijd verbruikt de gemiddelde Amerikaanse vrachtwagen meer liter per gereden kilometer.
Extra kosten
De prijs van benzine daarentegen is in Amerika helemaal niet zo erg gestegen, overigens net zoals hier. Dat heeft te maken met het productieproces. Diesel wordt overal ter wereld gebruikt, dus er zijn geen grote voorraden. Tegelijk is het makkelijker voor raffinaderijen om de productie aan te passen voor benzine. Dit wordt vaak meer lokaal gemaakt.
Op deze manier zit de Amerikaanse transportsector met de handen in het haar. Een gemiddelde chauffeur tankt zo’n 53.000 liter per jaar. Voor de hele sector is dat ruim 138 miljard liter. Even 50 procent bovenop de prijs tikt dus flink aan. Ook de boeren voelen de pijn: die zijn zomaar tienduizenden dollars extra kwijt om hun oogsten binnen te halen. Verbetering zit er voorlopig niet aan te komen.





