Normaal zijn het de acht grote Europese vrachtwagenmerken die de meeste aandacht krijgen op de IAA Transportation. Dit jaar was dat anders. Op de stands van verschillende Chinese merken was het aanzienlijk drukker. De houding van de bezoekers was duidelijk anders dan twee jaar terug. Toen was het vooral wijzen en lachen over wat de Chinezen hadden meegebracht, maar dit jaar was het anders. Niet alleen bezoekers zagen dat de Chinese vrachtwagens serieuze kansen maken in Europa, maar de andere merken ook.
Kenmerkend hiervoor was de aandacht die de Chinese modellen kregen van de Europese merken. Vertegenwoordigers kwamen massaal kijken in de cabines, soms met rolmaat en aantekeningenboekje. Voorheen waren het vooral Chinese bezoekers die elk detail van Europese modellen bekeken, maar deze editie was het ook andersom. Het is tekenend voor de ontwikkeling die de Chinese vrachtwagens hebben doorgemaakt.
In bedrijfskleuren
Niet dat we volgend jaar allemaal in Chinese vrachtwagens rijden. Een deel van de modellen uit China is echter klaar voor Europa. De techniek, de uitrusting en ook de kwaliteit en het comfort in de cabine lijken op het eerste gezicht niet minder dan wat we van Europese vrachtwagens gewend zijn. Daarbij zijn er best mooie modellen, die er in bedrijfskleuren goed zouden uitzien. Het nieuwe topmodel van BYD bewees dit bijvoorbeeld.
Het aantal noviteiten bij de Europese fabrikanten bleef beperkt. De nieuwe frontjes bij Scania en MAN waren de belangrijkste nieuwtjes. Hierover waren de meningen verdeeld. Van de nieuwe Scania Dynamic werd regelmatig gezegd dat hij er Chinees uitzag. Van de Chinese modellen werd juist gezegd dat ze er bijna Europees uitzagen. In twee jaar tijd is de wereld compleet veranderd, en iedereen op de IAA Transportation heeft het gezien.







