Het lijkt alsof de transportsector in een enorme dode hoek gevangen zit. Iedereen ziet elke dag vrachtwagens rijden, maar niemand weet wat ze doen. Supermarkten liggen altijd vol, tankstations hebben voorraad en fabrieken krijgen hun grondstoffen. Dat hierbij vrachtwagens een onmisbare rol in spelen, dat lijkt niemand zich te beseffen. De transportsector bestaat niet. Al die spullen komen op magische wijze op hun bestemming aan.
Het steunpakket dat het kabinet heeft aangekondigd, is daar een nieuw voorbeeld van. Accijnsverlaging komt er zoals verwacht niet, want daarvan profiteren vooral automobilisten die de hogere kosten kunnen betalen. Wel komt er steun voor de armste huishoudens, die hard getroffen worden. Ook gaat de motorrijtuigenbelasting (oftewel wegenbelasting) dit jaar tijdelijk omlaag voor grijze kentekens. Dat betekent: voor bestelauto’s.
Dat is het. Het kabinet kijkt tevreden voor zich uit. De armen worden geholpen. Kleine ondernemers met een bestelbus ook. De bewindslieden kijken eens rond. Zijn we iemand vergeten? Nee, volgens mij niet. Er wordt instemmend geknikt, een enkeling slaat zichzelf op de borst. Dat hebben we toch mooi gedaan, denken ze. Op weg naar huis komen ze in de file terecht. Al die vrachtwagens op de weg weer. Wat doen die hier toch altijd?





